Dit artikel van 15 juli is aangepast op vrijdag 17 juli na de officiële publicatie van het Electrification Action Plan.
Dat staat in het ‘Electrification Action Plan’ dat de Europese Commissie deze vrijdag presenteerde. Elektrificatie van de energiesector stagneert de laatste jaren en ligt momenteel rond de 23%. Dat terwijl in veel Aziatische landen dit percentage al op 30% ligt, zegt de Europese Commissie.
Niet alleen vanuit het oogpunt van verduurzaming is dat problematisch, maar ook op het gebied van autonomie: de oorlog in Iran en het afsluiten van de Straat van Hormuz hebben laten zien dat Europa nog teveel afhankelijk is van fossiele brandstoffen - met sinds het uitbreken van de oorlog al 100 miljard euro aan extra kosten tot gevolg.
Elektrificering gebouwde omgeving gaat te traag
Het installeren van warmtepompen in plaats van gasgestookte combiketels is één van de manieren om elektrificering in de gebouwde omgeving voor elkaar te krijgen. Maar de introductie van warmtepompen verloopt nog niet helemaal volgens plan.
De Europese Commissie hint er nu dus op om een deel van de verantwoordelijkheid neer te leggen bij fabrikanten van gasketels (denk in Nederland aan bijvoorbeeld Intergas en Remeha). In het Electrification Action Plan’ staat hierover nog geen gedetailleerde uitwerking. Die volgt in 2027.
Het Clean Heat Market Mechanism werd afgelopen jaar al min of meer aangekondigd in 'AccelerateEU', een document dat in april werd opgesteld in antwoord op de onzekerheden na de Amerikaans-Israëlische aanval op Iran. In dat document werd het meer algemeen beschreven als een "market-based instrument on heat pumps".
Autofabrikanten
Er zijn verschillende mogelijke manieren om dit voor elkaar te krijgen. In de auto-industrie is al langer gangbaar dat fabrikanten ervoor moeten zorgen dat hun auto’s steeds minder CO2 mogen uitstoten. Dat betekent niet dat álle auto’s schoon moeten zijn, maar een gemiddelde van de auto’s die ze maken.
Een andere manier waarop je fabrikanten zover krijgt dat ze meer warmtepompen maken is om ze te verplichten simpelweg steeds meer warmtepompen te laten verkopen.
Voorbeeld: Verenigd Koninkrijk
Dat is de route die gekozen in het Verenigd Koninkrijk waar een programma met dezelfde naam (Clean Heat Market Mechanism) sinds 2025 in werking is getreden. De drempel die gekozen werd was laag. Bij aanvang moest 6% van alle verkopen een warmtepomp zijn. Dit jaar is de drempel verhoogd naar 8%.
Halen fabrikanten deze drempel niet, dan moeten ze een boete van 500 Britse pond betalen per warmtepomp die ze onder hun verplichting niet geleverd hebben. Die boete is overigens verlaagd. In eerdere versies van het programma ging het nog om 3.000 pond. Die belasten fabrikanten door aan consumenten, waardoor deze sanctie in het VK de 'gasketel-tax' is gaan heten.

Geschoolde technici
De Europese Commissie ziet in dat gebrek aan goed geschoolde installateurs en technici een probleem kan opleveren voor fabrikanten. Daarin komt de commissie de fabrikanten tegemoet, zo valt te lezen in het plan. “Dit gebeurt via partnerschappen voor beroepsonderwijs en vakopleidingen tussen bedrijven en technische scholen, waarbij apparatuur wordt gedeeld en praktijkgerichte, geavanceerde opleidingsfaciliteiten worden ontwikkeld, mogelijk via het Clean Heat Market Mechanism.”
Overigens is het Clean Heat Market Mechanism lang niet de enige maatregel die de verdere uitrol van warmtepompen moet bespoedigen – en elektrificering van de energiesector in het algemeen. In de koker van de Europese Commissie zitten ook onder meer belastingverlagingen en verlagingen van de netwerktarieven.
Verhouding gas- en elektriciteitsprijs
Ook wil de commissie inzetten op een betere verhouding tussen de gasprijs en de elektriciteitsprijs, door het makkelijker te maken de energiebelasting op elektriciteit te verlagen. Een warmtepomp is immers pas goedkoper dan een gasketel als de prijs van elektriciteit per geleverde energie-eenheid niet meer dan twee keer hoger ligt dan die van gas.
In de meeste lidstaten van de EU is die verhouding tussen de elektriciteits- en de gasprijs zeer ongunstig. In Nederland is dat echter niet het geval en ligt de verhouding voor huishoudens op ongeveer 1,5. Nederland wordt door de Europese Commissie dan ook genoemd als een voorbeeld voor andere landen.
Hybride-warmtepompnorm
De vraag is of een fabrikantenverplichting Nederlandse fabrikanten écht raakt. Toen in 2022 toenmalig minister Hugo de Jonge aankondigde dat er een normering voor verwarmingsinstallaties zou komen (hybride-warmtepompnorm, in de volksmond), investeerden gasketelfabrikanten massaal in productiecapaciteit voor warmtepompen.
Het vorige kabinet haalde een streep door deze norm, maar in het coalitieakkoord van het nieuwe kabinet is deze norm weer terug. Die zou dan ingaan per 2029. De technische details moeten echter nog uitgewerkt worden.
'Zit veel goeds in'
In een reactie op het Europese plan laat een woordvoerder van de Vereniging voor Duurzame Warmte weten: "Voor ons in Nederland heeft dit niet zoveel impact. Nederlandse ketelfabrikanten leveren al significante aantallen warmtepompen. Dat is anders dan in het Verenigd Koninkrijk en andere landen met hoge gasprijzen." In de Vereniging voor Duurzame Warmte zijn de Nederlandse gasketelfabrikanten verenigd.
De Vereniging Warmtepompen vindt het Europese voorstel interessant, zegt voorzitter Frank Agterberg. "Er zit veel goeds in. We moeten zien hoe dit de komende tijd verder uitgewerkt wordt. Daar zullen de Europese warmtepompfabrikanten hun input zeker voor zullen leveren." Het stimuleren van warmtepompen gebeurt vaak vooral aan de vraagkant, bijvoorbeeld door subsidies. Door fabrikanten nu erbij te betrekken "komt er ook vanuit de aanbodkant de motivatie om te verduurzamen", zegt Agterberg, die het voorbeeld van de auto-industrie "inspirerend" noemt.











