Aan de rand van Lelystad Airport ontwikkelt DHG acht distributiecentra met een totale oppervlakte van 160.000 m2. De eerste vier gebouwen, samen goed voor circa 80.000 m2, zijn inmiddels gerealiseerd. Opvallend is niet zozeer de omvang van het project, maar de manier waarop de energievoorziening is georganiseerd.
Aanvankelijk lag er namelijk een heel ander plan op tafel. DHG, Lelystad Airport en andere ontwikkelaars in het gebied onderzochten of zij energie gezamenlijk konden opwekken, opslaan en gebruiken. Een groot batterijpark zou de beschikbare netcapaciteit efficiënter moeten benutten. Peter van Wensveen, development manager en BREEAM-expert bij DHG: “We waren met verschillende ontwikkelaars in gesprek over de realisatie van een groot batterijpark om energie met elkaar te delen. Dat batterijpark werd onderzocht door Spectral Energy.”
Gezamenlijke oplossing te complex

Die plannen strandden uiteindelijk. Volgens Van Wensveen bleken de belangen van de verschillende partijen te uiteenlopend en bevonden de projecten zich in verschillende ontwikkelingsfasen. Daardoor kwam een gezamenlijke businesscase niet van de grond. Bovendien vormde de netbeheerder een extra bottleneck.
“Je ziet dat partijen verschillende belangen hebben en zich in verschillende fases bevinden. Daardoor is het lastig om één gezamenlijke businesscase te ontwikkelen. Bovendien moeten plannen door de netbeheerder worden doorgerekend, terwijl daar vaak de capaciteit voor ontbreekt.” Toen het gezamenlijke plan afviel, stond DHG voor een keuze: wachten op extra netcapaciteit of zelf een oplossing ontwikkelen. Het werd dat laatste.
Lokaal energiesysteem
DHG en Joulz spreken zelf van een ‘energie-eiland’. Daarmee bedoelen zij geen volledig afgesloten elektriciteitsnet, maar een lokaal energiesysteem waarin opwekking, opslag, noodvoorzieningen en energiesturing samenkomen. Dankzij dat systeem kan het terrein grotendeels in zijn eigen energievoorziening voorzien.
De basis bestaat uit zonnepanelen. Elk distributiecentrum krijgt ongeveer 750 kWp aan opgesteld vermogen. In de eerste fase zijn vier distributiecentra gerealiseerd; later volgen er nog vier. De opgewekte elektriciteit wordt opgeslagen in batterijen met een vermogen van 1.278 kW en een opslagcapaciteit van 4.000 kWh. Daarmee kunnen schommelingen tussen opwekking en verbruik worden opgevangen.
Wanneer zonnepanelen en batterijen onvoldoende energie leveren, neemt een dieselaggregaat tijdelijk de stroomvoorziening over. Dat aggregaat heeft een vermogen van 600 kWe en zal volgens DHG naar verwachting maximaal ongeveer 400 uur per jaar draaien.

Slim energiemanagement
Minstens zo belangrijk als de techniek is de software die alles aanstuurt. Via een energiemanagementsysteem wordt het energieverbruik continu gemonitord en bijgestuurd. Daardoor worden pieken afgevlakt en blijft het totale energiegebruik binnen de beschikbare capaciteit.
Hoewel het systeem grotendeels zelfstandig functioneert, is het project niet volledig ‘off-grid’. Er ligt wel degelijk een aansluiting op het elektriciteitsnet, maar zonder gecontracteerd transportvermogen. Dat betekent dat er geen elektriciteit van het net kan worden afgenomen of aan het net kan worden teruggeleverd. Alle energie moet daarom binnen het terrein zelf worden opgewekt, opgeslagen en gebruikt. Van Wensveen: “Alles wat daar gebeurt, moet binnen die grens van nul vermogen blijven. Wij zullen ons aan dat contract met de netbeheerder houden.”
Waarom dan toch een netaansluiting? Volgens Van Wensveen is dat een investering in de toekomst. Zodra de netcongestie afneemt en extra transportcapaciteit beschikbaar komt, is de aansluiting al aanwezig en kan het project daar direct gebruik van maken.
Het energie-eiland is daarmee vooral een praktische oplossing voor de huidige netproblemen, niet per se het gewenste eindbeeld. Een volwaardige netaansluiting blijft aantrekkelijk vanwege de grotere leveringszekerheid, lagere kosten en toekomstige uitbreidingsmogelijkheden.
Energie wordt uitgangspunt
Het project laat zien dat energie steeds vaker het vertrekpunt wordt van gebiedsontwikkeling. Waar vroeger eerst een gebouw werd ontworpen en pas daarna een netaansluiting werd geregeld, begint het ontwerp nu juist met de vraag hoeveel energie beschikbaar is.
Van Wensveen merkt dat ook huurders anders naar logistiek vastgoed kijken. “De eerste vraag die ze tegenwoordig stellen is: hoeveel energie heb ik beschikbaar? Pas daarna hebben ze het over het aantal vierkante meters of de huurprijs.”
Modulair en schaalbaar

Omdat vooraf niet bekend is welke bedrijven zich uiteindelijk vestigen en hoeveel energie zij precies nodig hebben, is het energiesysteem modulair opgebouwd. Extra zonnepanelen, batterijen of aggregaten kunnen relatief eenvoudig worden toegevoegd.
Sanne Castro van Joulz: “Het systeem dat er nu ligt is schaalbaar. We laten zien dat het technisch mogelijk is om een locatie grotendeels zelfstandig van stroom te voorzien.” Ook financieel blijft het model overzichtelijk. Het project bestaat uit één terrein met één eigenaar. Daardoor zijn er geen ingewikkelde afspraken nodig tussen verschillende eigenaren, zoals bij veel energiehubs wel het geval is. Dat maakt het concept eenvoudiger reproduceerbaar.
Werkelijk energiegebruik vaak lager
DHG ziet bovendien dat bedrijven hun energiebehoefte vooraf vaak overschatten. Apparatuur wordt meestal berekend op maximale belasting, terwijl die piek in de praktijk maar zelden langdurig voorkomt. Van Wensveen: “Machines draaien lang niet continu op 100% vermogen. Door het werkelijke verbruik te meten en daarop te sturen, kan het systeem kleiner en efficiënter worden ontworpen.”
Daarnaast stimuleert DHG huurders om bewuster met energie om te gaan, bijvoorbeeld door productieprocessen over de dag te spreiden of energie-intensieve activiteiten op momenten uit te voeren waarop voldoende duurzame elektriciteit beschikbaar is.
Het energiemanagementsysteem bewaakt daarbij voortdurend de beschikbare capaciteit. In uitzonderlijke situaties kan het systeem automatisch ingrijpen en tijdelijk bepaalde installaties uitschakelen om overbelasting te voorkomen.
Blauwdruk voor toekomstige ontwikkelingen
Wat begon als een noodoplossing voor een project met onvoldoende netcapaciteit, groeit volgens Van Wensveen uit tot een interessant voorbeeld voor toekomstige gebiedsontwikkelingen. “Nederland krijgt op steeds meer plekken te maken met netcongestie. Nieuwe aansluitingen zijn schaars. Onze ervaring laat zien dat bouwen ook mogelijk is wanneer je geen of slechts een zeer beperkte netaansluiting hebt.”
Het energie-eiland is daarmee geen vervanging van het elektriciteitsnet, maar wel een manier om de periode van netcongestie te overbruggen. Voor ontwikkelaars die nu tegen een gebrek aan netcapaciteit aanlopen, biedt het project in Lelystad een praktisch alternatief om nieuwe locaties toch te realiseren.










