1. Broodje Nijmegen. Waarom hebben jullie gekozen voor dit product?
‘Samen met een collega ben ik deelnemer bij de Landelijke Coalitie Natuurlijk Eten en Drinken. Daarbij waren ook een programmadirecteur en projectmedewerker van de Radboud Universiteit betrokken. Via deze samenwerking raakten we geïnspireerd om iets te doen voor boeren die zich inzetten voor duurzamere landbouwmethoden, zoals natuurinclusieve, regeneratieve landbouw of permacultuur. Ze doen geweldige dingen op gebied van bodemkwaliteit, biodiversiteit en voedingswaarde, maar hebben moeite om hun producten te verkopen aan grote supermarkten. Dat komt bijvoorbeeld omdat de producten niet het juiste formaat hebben.
We realiseerden ons dat we hier in de regio ook veel te bieden hebben: granen, groenten, noten – allemaal producten die lokaal worden geteeld door betrokken partijen. We hebben in Arnhem-Nijmegen de inkoopkracht gebundeld om de boeren te steunen. Zo kunnen we ze helpen om hun producten toch op de markt te brengen. Het idee was om het broodje als een soort katalysator te gebruiken. Mensen kopen het broodje en worden zo ook gestimuleerd om andere producten van deze boeren te kopen. Zo is het Broodje Nijmegen, voor locals 'Broodje Nimma', ontstaan.'
2. Wat is de visie van Radboud UMC over duurzaam eten en drinken in de zorg?
‘Onze visie, vertaald in het concept 100 % goede voeding, is om elk jaar stappen in de goede richting te zetten en waar mogelijk meer plantaardig te maken. Het broodje Nijmegen past binnen deze visie. Voorlopig wordt het broodje alleen aangeboden aan medewerkers en studenten van de Radboud Universiteit, UMC en de HAN, omdat het voor patiënten minder geschikt is. Momenteel is de verhouding tussen dierlijke en plantaardige voeding 50/50 bij ons. Het doel is om dit percentage naar 40/60 te verschuiven tegen het einde van het jaar, zoals wordt aanbevolen in het Nationaal Preventieakkoord en de Green Deal 3.0. Voor medewerkers is dit makkelijker te realiseren, maar voor patiënten gaat het proces langzamer, omdat je rekening moet houden met wat medisch verantwoord is. Waar mogelijk proberen we meer plantaardige voeding aan te bieden, bijvoorbeeld door gerechten te maken met ingrediënten uit de Schijf van Vijf.’
3. Hoe hebben jullie het contractmanagement ingericht?
‘We werken met contracten waarin we duidelijke afspraken maken over wat we willen, met name in de aanbestedingen. Dat is de basis. Vanuit die afspraken stel je kaders en werk je zaken verder uit. Dit varieert van audits in de praktijk tot bijvoorbeeld het meten van patiënt- of medewerkerstevredenheid, uitgevoerd door de betrokken partijen. Wij ontvangen vervolgens de resultaten van die onderzoeken. Daarnaast krijgen we maand- en kwartaalrapportages. Duurzame inkoop is voor ons erg belangrijk, dus vragen we de betrokken partijen elk kwartaal te rapporteren wat ze hebben ingekocht en welk percentage daarvan duurzaam is.
Ook hebben we een systeem voor samenwerkingstevredenheid, waarbij partijen ons kunnen beoordelen op zaken zoals onze communicatie en tijdige betaling. Dit systeem hadden we al en hebben we later ook ingevoerd bij andere samenwerkingen, zoals voor koffie in 2023 en bij de binnen- en buitenbeplanting. Het broodje Nijmegen valt hier nog niet officieel onder met vaste KPI’s, het draait daar vooral om enthousiasme en samenwerking.'
4. Hoe is het proces verlopen tot dit product en wat zijn de belangrijkste lessen die je hebt geleerd?
'Het begon met het bundelen van inkoopkracht. Gelukkig konden we snel partijen meekrijgen. Op de campus hebben we bijvoorbeeld samengewerkt met cateraar Eurest. Ook Vermaat, horecapartner van het UMC sloot snel aan. Grote organisaties zoals het CWZ (Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis), Sint Maartenskliniek en de gemeente Nijmegen doen ook mee. Na ongeveer anderhalf jaar hebben we een solide basis van betrokken partijen die echt het verschil kan maken voor de boeren. Het heeft wat tijd gekost. Broodje Nimma is een mooi voorbeeld van hoe we gezamenlijke verandering kunnen stimuleren.
De belangrijkste les is dat je er veel energie in moet blijven steken, blijf volhardend en houd het doel voor ogen.”
De belangrijkste les is denk ik dat je er veel energie in moet blijven steken. Soms voelt het als een lange adem hebben, maar het is belangrijk om volhardend te zijn en het doel voor ogen te houden. Zelfs als het even tegenzit, moet je blijven geloven in het proces. Het kan betekenen dat je mensen voor de derde keer benadert met nóg betere argumenten. Volhouden en enthousiast blijven, dan lukt het uiteindelijk ook.’
Verder was de communicatie over dit project belangrijk. Als je het niet goed uitlegt blijft het gewoon een nieuw broodje, maar het is meer dan dat. Daarom is er een hele toolkit gemaakt met filmpjes, posters en kaartjes voor op tafel. Bij het broodje Utrecht bij NS laten ze soms een boer, molenaar of andere leverancier over het product vertellen tijdens de lunch. Dit maakt het verhaal levendiger en mensen waarderen het meer.'
5. Welke uitdagingen komen kijken bij de overgang naar soortgelijke producten?
'Coöperatie Oregional, die alle ingrediënten voor de broodjes aan ons levert, heeft ook een webwinkel met nog veel meer producten van de boeren en tuinders. Je kan hier veel andere producten bestellen, zoals pasta, bier en groenten. Daarnaast zijn er boeren met hectares waar ze nu nog niks mee kunnen. Als wij graan massaal gaan inkopen, kunnen ze zich daarop voorbereiden en hun land inzaaien voor volgend jaar. Bijvoorbeeld bij de regeneratieve boerderij in Millingen aan de Rijn, waar nog 20 hectare zonder bestemming is. Zij kunnen groenten verbouwen voor zuurkool en andere gefermenteerde groenten voor op het broodje. Zo weten de boeren zeker dat hun oogst wordt afgenomen.
De overgang naar duurzame landbouw kent uitdagingen: zo kan het herstellen van de bodem nadat je stopt met spuiten en ploegen tot zeven jaar duren. In de eerste drie jaar is de bodem zo uit balans dat de oogst bijna volledig mislukt. Pas daarna begint de bodem te herstellen. Banken financieren deze overgang zelden: daardoor verkopen boeren soms land of zoeken zij extra inkomsten. Dit maakt de stap naar duurzame landbouw moeilijk, vooral omdat veel boeren zien hoe pioniers worstelen met het vinden van afnemers voor hun producten. Dat weerhoudt anderen ervan om dezelfde stap te zetten.'








